Verder lezen?

Altijd en overal antwoord op al je HR vragen

Start vandaag

Al abonnee?

Login

Uitgangspunten bij toetsing re-integratie

 

Let op De Engelse vertaling is naar Nederlands recht!
Laatste update 18 oktober 2020
Bewerker(s): Rob Duijn
  • Sinds de invoering van de Wet verbetering poortwachterWet- en regelgevingWet verbetering poortwachter moeten werkgevers serieus werk maken van de re-integratie van zieke werknemers. UWV controleert als een strenge poortwachter of werkgevers aan deze verplichting voldoen. Daarbij hanteert UWV een aantal uitgangspunten.
  • Hoe UWV in een concreet geval de regels ook hanteert, één uitgangspunt geldt in alle gevallen: bij re-integratie staat altijd het resultaat voorop. Dit betekent in de praktijk dat UWV vooral waarde hecht aan het feit of de werkgever erin is geslaagd om de werknemer weer aan de slag te krijgen.
  • UWV mag in beginsel van de werkgever niet meer vragen dan redelijk is. De grens van wat in redelijkheid van de werkgever mag worden gevraagd is in ieder geval bereikt, als de re-integratie-inspanningen het productieproces in gevaar zouden kunnen brengen of de bedrijfsvoering in financieel opzicht onevenredig belasten.
  • UWV stelt vanzelfsprekend niet alleen eisen aan de inspanningen van werkgevers. Van de werknemer wordt eveneens verlangd dat hij meewerkt aan de overeengekomen re-integratiestappen en dat hij andere aangeboden passende arbeid aanvaardt.
  • Als werkgever en werknemer hun re-integratieverplichtingen niet nakomen, zal UWV een straf opleggen.
  • De uitgangspunten die door UWV worden gehanteerd bij de beoordeling van het re-integratietraject zijn uitgewerkt in de Beleidsregels beoordelingskader Poortwachter.
  • UWV vormt niet de enige bron van regels over de kwaliteit van de re-integratie. Een wat minder bekend onderdeel van de Wet verbetering poortwachter is artikel 7:658aWet- en regelgevingArtikel 658a in het Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel wordt de werkgever de verplichting opgelegd zo tijdig mogelijk maatregelen te treffen om de arbeidsongeschikte werknemer in staat te stellen de eigen of andere, passende arbeid te verrichten. Daarnaast bevat het artikel bepalingen over de lengte van de loondoorbetalingsperiode en lijkt het een volgorde aan te brengen in de verschillende re-integratiemogelijkheden